De Bibliotheek op school is niet langer een tijdelijk project. Het kabinet heeft besloten dat de samenwerking tussen scholen en bibliotheken vast geld krijgt: € 38 miljoen in 2027 en vanaf 2028 € 50 miljoen per jaar. En vanaf dit schooljaar, 2026/2027, kunnen alle scholen in het funderend onderwijs meedoen, niet alleen scholen met een complexe leerlingpopulatie. Wat betekent dat voor jouw schoolbibliotheek?
Wat er verandert
Tot nu toe was de Bibliotheek op school vooral bedoeld voor scholen waar de leesachterstanden het grootst zijn, en werd ze betaald uit een tijdelijke subsidie van € 24 miljoen per jaar. Daar komt nu verandering in:
- Vanaf schooljaar 2026/2027 is de doelgroep uitgebreid naar alle scholen in het funderend onderwijs.
- Vanaf 2027 wordt het geld structureel: € 38 miljoen in 2027, daarna € 50 miljoen per jaar.
- Het geld gaat dan naar scholen, via gerichte bekostiging, en naar bibliotheken.

Hoe het bedrag per school precies wordt verdeeld, wordt nog uitgewerkt. Zodra daar meer over bekend is, werken we dit bericht bij.
Wat is de Bibliotheek op school ook alweer?
De Bibliotheek op school is een landelijke aanpak van Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek, die lokaal wordt uitgevoerd door de openbare bibliotheken. Bijna alle bibliotheken in Nederland doen mee. Een school werkt daarin samen met de bibliotheek in de buurt, meestal met:
- een leesplan met afspraken over leesbevordering;
- een leesconsulent van de bibliotheek, die meedenkt en meewerkt;
- een collectie boeken op school, vaak met boeken van de bibliotheek die regelmatig wisselen;
- een systeem waarin de collectie en de uitleningen worden bijgehouden;
- de jaarlijkse Monitor, een vragenlijst over lezen en leesmotivatie.
Uit onderzoek blijkt dat leerlingen op scholen die meedoen meer plezier in lezen hebben, vaker lezen en beter leren lezen.
Wat kun je er als school mee?
Het geld is bedoeld om lezen op school structureel sterker te maken. Denk aan een actuele collectie met genoeg boeken per leerling, uren van een leesconsulent, activiteiten rond lezen en een systeem dat de collectie overzichtelijk houdt. Een collectie werkt pas echt als je weet waar de boeken zijn en wat er wordt gelezen. Dat helpt ook in het gesprek met de leesconsulent: welke groepen lezen veel, welke boeken blijven liggen en waar moet de collectie worden aangevuld?
Bij wie klop je aan?
De bibliotheek in je gemeente of regio. Vraag of jullie school al meedoet, of wat ervoor nodig is om aan te sluiten. De bibliotheek weet ook welke ondersteuning en collectie ze kan bieden.
Je schoolbestuur. Vraag hoe het geld straks wordt verdeeld en of er een deel voor leesbevordering en de schoolbibliotheek wordt gereserveerd. Kom met een concreet plan: wat heb je nodig, wat kost het en wat levert het op?
Boekmee en de Bibliotheek op school
Boekmee werkt goed binnen de Bibliotheek op school. Bibliotheken gebruiken het voor hun scholen, met één hoofdaccount, beheerders per school en wisselcollecties die van school naar school gaan. De school leent uit, de bibliotheek beheert de collectie. Heeft jullie school daarnaast eigen boeken? Lees dan Een eigen collectie naast de collectie van de bibliotheek.
Een vaste prijs per jaar maakt het makkelijk om een uitleensysteem in je plan op te nemen. Bekijk de tarieven, of neem contact met ons op als je met meerdere scholen wilt beginnen.
Bron: Rijksoverheid, Duurzame toekomst voor de Bibliotheek op school (11 juni 2025).



